Plantage-Weesperbuurtkrant Online
Buurt Online

Plantage-Weesperbuurtkrant Online is een uitgave van het Wijkcentrum Oostelijke Binnenstad.

Mei 2005. Nummer 3.


INFORMATIEAVOND OVER DE DIAMANTSLIJPERIJ MAATSCHAPPIJ

“GEBOUWEN MAKEN DE GESCHIEDENIS VAN EEN STAD LEESBAAR”

Ruim zestig belangstellenden waren aanwezig op de informatieavond over de met sloop bedreigde gebouwen van de voormalige Diamantslijperij Maatschappij aan de Nieuwe Achtergracht te Amsterdam. De bestuurskamer van het Vakbondsmuseum, het voormalige gebouw van de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond, vormde de toepasselijke ambiance voor deze avond, gewijd aan de geschiedenis van de Amsterdamse diamantnijverheid en aan het behoud van haar bedreigde gebouwde erfgoed.

Het initiatief voor de avond ging uit van de historicus Daniël Metz. De Plantage- Weesperbuurtvereniging, het Cuypersgenootschap en het Vakbondsmuseum waren de organisatoren. Belangstelling was al gewekt door artikelen over de problematiek van de diamantgebouwen in het Parool (15.03.05), het NIW (04.03.05) en in enkele nummers van de Plantage-Weesperbuurtkrant (februari en maart 2005). De Universiteit van Amsterdam (UvA) wil de komende jaren een grondige herinrichting uitvoeren van het universiteitsterrein op het Roeterseiland. De fabrieksgebouwen van de Diamantslijperij Maatschappij zouden dan moeten wijken voor nieuwbouw.

Na de opening door Karel Warmenhoven, voorzitter van de buurtvereniging werd door Daniël Metz een beknopt overzicht gegeven van de geschiedenis van de Amsterdamse diamantnijverheid. Aan bod kwamen de concurrentie tussen Antwerpen en Amsterdam op dit vlak, de ontdekking van Brazilië en de handelsroute op Lissabon en de vlucht van Spaanse joodse (diamant)handelaars naar Antwerpen ten gevolge van de Inquisitie. Na de val van Antwerpen in 1585 trok een aanmerkelijk deel van deze handelaars naar Amsterdam, waar ze zich vestigden op de eilanden aan de oostkant van de stad, het begin van de latere jodenbuurten.

Toen Nederland zelf diamanten ging halen, met name uit Borneo en (vanaf 1725) uit Brazilië, waarbij het monopolie op het transport verkregen wordt, kwam de diamantslijperij sterk op.

De handel in diamanten is nog meer dan andere handel een kwestie van vertrouwen. Dit bevorderde het in eigen hand houden ervan. Dit betekende dat er grotendeels gewerkt werd met eigen familie en eigen kennissen. Zo was en bleef de diamanthandel en -slijperij een joodse negotie. Ondanks godsdienstvrijheid gold voor joden wel een gildeverbod. De magistratuur van Amsterdam heeft echter steeds tegengehouden dat de diamantnijverheid een gildevorm zou krijgen. Daarmee was de diamantindustrie zo goed als de enige tak van nijverheid waarin joden werk konden krijgen.

Aanvankelijk werden de diamanten in handkracht in kleine bedrijven geslepen. Bij de komst van paardenkracht werd de slijperij fabrieksmatig aangepakt. De Diamantslijperij Maatschappij bracht een groot aantal kleine slijpers bijeen in één bedrijf; in eerste instantie was het een financieringsmaatschappij (met 138 aandelen).

Hausse

Na grote diamantvondsten in Zuid-Afrika in 1867 kwam er een overvloedige aanvoer van ruwe stenen, terwijl er door de economische hausse ook een groeiende vraag was. De arbeiders in de slijperijen voeren er wel bij. Er werden toen verschillende nieuwe bedrijven opgericht. Van de Pijp tot de Jordaan kwamen diamantfabrieken en de Diamantslijperij Maatschappij verloor haar monopolie. Door te grote aanvoer werd de markt op den duur overstroomd met diamanten, wat leidde tot een zwakkere positie van de arbeiders. In dit klimaat ontstond de Algemene Nederlandse Diamantbewerkers Bond (ANDB).

De eerste steen van het gebouwencomplex van de Diamantslijperij Maatschappij aan de Nieuwe Achtergracht is gelegd in 1845. In de jaren erna zijn de gebouwen en het terrein steeds verder uitgebreid. Het oudste deel van het complex is het eerste ‘op stoom aangedreven gebouw’ in Amsterdam. In 1895 was er het record van 613 slijpstenen, 430 zaagmachines en in totaal rond de 1000 werknemers.

Een virtuele wandeling langs de Nieuwe Achtergracht en omgeving liet zien dat er in dit gebied diverse gebouwen zijn, waaraan de relatie met de diamantnijverheid nog is af te lezen: betrekkelijk ondiepe panden met een groot aantal ramen. Naast fabrieken zijn ook nog gebouwen aan te wijzen waar de handel in diamanten zich afspeelde.

Een deel van de gebouwen van de Diamantslijperij Maatschappij is afgebroken ten behoeve van gebouwen van de UvA, waarbij ook de zichtas van de Nieuwe Achtergracht onderbroken wordt door overkluizende hoogbouw. Het voorgebouw van het diamantcomplex staat er nog.

Criteria

Arjen Looyenga, als vertegenwoordiger van het Cuypersgenootschap, sprak over de criteria die gelden voor de bescherming van negentiende en twintigste eeuwse architectuur.

Het begrip ‘schoonheid’ is als behoudscriterium de laatste tijd minder in de aandacht vanwege het subjectieve en tijdsgebonden karakter ervan. De ‘cultuurhistorische betekenis’ van gebouwen kan een belangrijke rol spelen bij de ondersteuning van de identiteit (van een land, een stad, een bevolkingsgroep). In aansluiting op de recente politieke aandacht voor een historische “canon”, pleitte Arjen Looyenga ervoor om nadrukkelijk ook gebouwen daartoe te laten behoren. Gebouwen maken de geschiedenis van een stad leesbaar. De structuur van het landschap, in dit geval door hem ‘stadschap’ genoemd, wordt onduidelijk wanneer beeldbepalende gebouwen verdwijnen. In het onderhavige geval is het gebouw van de Diamantslijperij Maatschappij een essentieel onderdeel van een voor Amsterdam historisch en ten dele ook nu nog belangrijke nijverheid. Ook de criteria ‘zeldzaamheidswaarde’ en ‘herinneringswaarde’ zijn erbij van toepassing. Als eerste gebouw op stoomkracht is het uniek en als eerste gebouw waarin kleinere slijpers zich bundelden, vertegenwoordigt het een moment in de economische geschiedenis.

Oproep

Bij de opening van de avond betreurde de voorzitter van de buurtvereniging al het afhaken van de aangekondigde spreker namens de UvA. In de discussie na de twee inleidingen werd vanuit de zaal een scherpe oproep gedaan aan de, wel in de zaal aanwezige, ambtenaren van de UvA om zich alsnog uit spreken. Het bleef echter stil …

Overigens heeft het Cuypersgenootschap de gemeentelijke monumentenstatus aangevraagd voor het gebouw van de Diamantslijperij Maatschappij. Het ziet er naar uit dat deze status bereikt wordt. De aanvraag is inmiddels voorzien van twee positieve adviezen aan de Stadsdeelraad Amsterdam-Centrum voorgelegd.

Mede vanwege financiële perikelen worden de verschillende bouwplannen van de UvA op dit moment heroverwogen.

Jean Gardenier

 

 Startpagina

Volgende pagina